Groep 5b - week 30

Week 30

volledig

compleet, zonder dat er iets ontbreekt

de afdruk

de afbeelding, het spoor van een poot of vinger

de camera – camera’s

foto-/filmtoestel

het fotoalbum

boek om foto’s in te doen

de donkere kamer

kamer om foto’s in te kunnen afdrukken

de foto – foto’s

afdruk van iets op papier

de dia – dia’s

Kleine foto met een dikke rand eromheen.

de fotograaf - fotografe

persoon die foto’s maakt

afdrukken – drukte af - afgedrukt

Het printen van je foto’s.

fotograferen – fotografeerde - gefotografeerd

foto’s maken

de namaak

het lijkt echt, maar is het niet

de pasfoto – pasfoto’s

kleine foto bijv. voor je paspoort van je gezicht.

het negatief - negatieven

omgekeerde beelden van de foto

filmen – filmde - gefilmd

een film maken

de tekenaar - tekenares

iemand die voor zijn beroep tekent

de tentoonstelling

Voorwerpen( bijv. kopjes,schilderijen) worden neergezet/opgehangen om te laten zien

de kunstschilder

Persoon die een schilderij maakt van bijv. een landschap

afbeelden – beeldde af - afgebeeld

Een tekening of foto van iets of iemand maken

het statief

Een standaard met 3 of 4 poten waarop een fototoestel of filmcamera staat

flitsen -  flitste - geflitst

Fel en kortdurend licht geven